Sovjet-Unie, 1937. In een gevangeniscel worden duizenden brieven verbrand van ten onrechte beschuldigde gevangenen, op zoek naar juridische bijstand. Tegen alle verwachtingen in bereikt één van die brieven zijn bestemming: het bureau van Alexander Kornyev, de jonge, net aangestelde lokale officier van justitie. Kornyev doet zijn uiterste best om de gevangene te ontmoeten, de zwaarbewaakte partijveteraan Stepnyak. Als toegewijd bolsjewiek met een integere instelling vermoedt hij dat iets niet in de haak is. Kornyev besluit naar Moskou te reizen en de zaak voor te leggen aan de hoofdaanklager.
