Tatjana vertelt zichzelf dat zij een inwoonster is van Europa. Zij heeft nergens lang genoeg gewoond om zich thuis te voelen, en nu is zij gestrand in een beruchte buurt van Amsterdam met haar puberzoon die in elkaar krimpt bij haar Slavische accent en haar onvermogen om zich Nederlands te gedragen. Ze is vastbesloten om dit te doorbreken en gaat, zoals gewend met alles, grondig op zoek naar het gevoel van thuis horen, maar dan met een camera. Ze reist door Europa en klopt op deuren van familie en vrienden die als gastarbeider en expat ergens zijn neergestreken.
